UPDATE…

on hold2

Hallo Lezers,

De trouwe lezers is het wellicht opgevallen dat er de laatste tijd geen nieuwe berichten/columns meer zijn geplaatst en dat de inhoud van deze site grotendeels is verwijderd.

Dit komt omdat ik de site vooralsnog “on hold” heb gezet in verband met de samenstelling en publicatie van een verhalenbundel.  Hieronder een (wazige) foto van de concept omslag. 😉

Jullie kunnen overigens wel nog steeds reacties (b.v. op dit bericht) sturen via de site.    🙂

 

Ik hou jullie op de hoogte!

Hartelijke groet,

Josephine

boek omslag

 

GOUDSMID BEA MOFERS… (interview)

Bea 1

Een goud-of edelsmid is volgens “Wikipedia”:  ”Een persoon die gespecialiseerd is in het vervaardigen van juwelen en andere sier- en kunstvoorwerpen van zogenaamde “edele metalen” (goud, zilver, platina en palladium). De producten kunnen versierd worden met (half)edelstenen…”

Goudsmid Bea Mofers (geboren in het in een Maas meander gelegen pittoreske Vissersweert) woont met partner André en dochter Tara in een prachtig gerestaureerd pand te Roosteren alwaar tevens het atelier en de expositieruimte zijn gevestigd. 

Bea 3

Bea (die altijd al creatief is geweest) heeft rond haar 16e reeds het plan opgevat om ooit sieraden te gaan maken. Na het afronden van de HEAO heeft zij daar serieus werk van gemaakt. Parallel aan haar baan bij een Automotiv bedrijf heeft zij cursussen en opleidingen gevolgd op het gebied van “edelsmeden” waarna zij uiteindelijk is overgegaan tot een carrière switch en daadwerkelijk goudsmid is geworden. Haar interesse in dit vakgebied is overigens niet geheel toevallig en wellicht enigszins genetisch bepaald gezien het feit dat uit stamboomonderzoek is gebleken dat een aantal van Bea’s voorouders ook smid waren…

Na afronding van een aantal cursussen is Bea zich gaan oriënteren op een vervolgopleiding. Zij heeft overwogen de bekende edelsmid opleiding te Schoonhoven en/of edelsmidrichting aan de Kunstacademie te Maastricht te gaan volgen. Toevalligerwijze viel echter net in die periode een folder van een opleiding te Tongeren (België) in de bus.  Bea: “Ik heb toen voor laatstgenoemde opleiding gekozen met in mijn achterhoofd de gedachte dat ik altijd nog naar Schoonhoven of de Kunstacademie kon gaan. De opleiding in Tongeren beviel echter dermate goed, dat ik deze heb afgerond”.

Voor wat betreft het maken van sieraden kan (net zoals in de fashion industrie) onderscheid worden gemaakt in het vervaardigen van sieraden op verzoek/op maat (te vergelijken met couture) of het samenstellen van een prêt-à-porter collectie: een productlijn waaruit klanten een keuze kunnen maken. Desgevraagd geeft Bea aan dat zij zowel sieraden in opdracht maakt als eigen ontwerpen uitvoert. “Momenteel zijn er plannen om (per augustus) een collectie via een verkooppunt op de markt te brengen; informatie hierover is te vinden op de website”.

Bea maakt voor haar eigen collectie veelal gebruik van zilver. De sieraden die in opdracht worden vervaardigd, zijn echter vaak van goud waarin edelstenen of diamantjes worden verwerkt (al naar gelang de smaak en wensen van de klant).  De materialen worden ingekocht bij een groothandel of aangeleverd door een klant. Dat laatste is vaak het geval bij de gedenksieraden die Bea regelmatig maakt. Hierin worden o.a. trouwringen en/of edelstenen van dierbare overleden verwerkt.

Bea ring 4

Bea 7  Bea 4   Bea 2Bea ring 2

 

Bea 1

Bea ring 3
Enkele van de prachtige door Bea vervaardigde ringen…

                                                               

Naar aanleiding van de vraag hoe zij te werk gaat bij specifieke opdrachten (geeft zij adviezen over vormgeving en materialen of volgt zij het idee van de opdrachtgever?) geeft Bea aan dat het uiteraard mogelijk is met een eigen idee te komen doch dat de meeste klanten zich graag door haar laten adviseren. “De meeste mensen weten globaal wel wat zij willen (b.v. strak of bewerkt) maar niet tot in detail”.  Bea’s advies inzake het te gebruiken materiaal (zilver of goud) wordt daarbij hoofdzakelijk bepaald door het doel. “Wil men b.v. een gedenksieraad met vingerafdruk (die in het materiaal geprint wordt met een laserprinter) laten maken, dan is goud een betere keuze dan zilver omdat zilver sneller slijt en de afdruk in de loop der tijd kan vervagen”.

Bea6
Voorbeeld van een gedenksieraad met vingerafdruk…

                                                                             

Ideeën voor eigen ontwerpen doet Bea o.a. op door naar kunst, films en de natuur te kijken. “Daarnaast ontstaan deze vaak spontaan tijdens het maakproces. Ook de interactie met klanten kan leiden tot inspiratie voor andere sieraden”, aldus Bea.

Naar aanleiding van de vraag hoe de technische procedure verloopt (smeden/ materialen/ hulpmiddelen etc.), hoe lang zij over een voorwerp doet en hoe de kostprijs wordt bepaald, vertelt Bea (terwijl zij de goed geoutilleerde werkplaats toont)Na het creatieve proces van het ontwerpen wordt het resultaat uitgewerkt en vormgegeven tot een sieraad. Dit kan in grote lijnen op 2 manieren, i.c. gieten of smeden. De eerste manier (gieten) is de meest bewerkelijke en wordt vaak toegepast bij de verwerking van door de klanten meegenomen “oud goud”. Het materiaal wordt gesmolten en (al of niet met behulp van een mal) vormgegeven. Voor wat betreft de tweede manier (smeden) wordt bij een leverancier verkregen basismateriaal gezaagd en vervolgens verwarmd om het te kunnen bewerken tot de gewenste vormen. Ik heb daarvoor de beschikking over diverse machines en materialen”.

De vervaardiging van een ontwerp bestaat samengevat uit een aantal fases: na de ontwerpfase (voortkomend uit een idee of afstemming met de klant) volgt de vervaardigingfase. Bea licht toe: ”Deze duurt enkele dagen en is uiteraard afhankelijk van de opdracht en de gekozen techniek (gieten of smeden).”

De prijs van een sieraad is opgebouwd/wordt bepaald uit/door de elementen: materiaal, creatief proces, arbeidsintensiviteit/moeilijkheidsgraad en de te besteden tijd. Het is volgens Bea wel eens moeilijk om aan een klant uit te leggen waarom een sieraad waarvoor de klant het materiaal zelf aanlevert (oud goud) niet per definitie goedkoper is dan een sieraad dat zij smeedt aan de hand van ingekocht materiaal: dat heeft dus met de bewerkelijkheid (=tijd) te maken.

Desgevraagd geeft Bea aan dat zij zich momenteel enkel focust op het vervaardigen van sieraden: “Doch in de toekomst wil ik (als de tijd het toelaat) graag ook kleine gebruiksvoorwerpen zoals theelepels en kleine doosjes gaan fabriceren”.

Naar aanleiding van de vraag wat zij het áller leukste aan haar werk vindt (het creatieve proces, de afstemming met de klanten of de blijdschap van de klanten als zij het resultaat zien) geeft Bea aan alle aspecten even leuk te vinden…

 

Meer informatie over Bea en haar producten vindt u op haar website: beamofersgoudsmid.nl   

Wilt u het werk van Bea vrijblijvend bezichtigen: Op zaterdag is het atelier geopend van 13.00.u tot 16.00u (Adres: Molenstraat 4, Roosteren)

Eventueel kunt u een afspraak maken via mail: beamofers@hotmail.nl 

Bea’s werk is tevens te bewonderen gedurende diverse kunstmarkten.

De eerstvolgende zijn is op 12 en 13 september  (“Kunst roer(t)

 

 

THE ART OF ART… (Ondertitel: Flabbergasted…)

jan 16

Gisteravond,  in de pauze van een lezing over “Kunst” door Jan Bustin (nee, geen familie; de overeenkomst tussen zijn en mijn achternaam berust op louter toeval 😉 ), vroeg diens zoon Finnean die de beamer bediende : “Hee Jose, busse hiej vanwegge de lezzing of geisse ein verheulke euver Jan sjrieve?”  (=”Hee Jose, ben je hier vanwege de lezing of ga je een verhaaltje over Jan schrijven?”)

Aldus geschiedde….

Buiten het feit dat Jan een zeer goed spreker is die in staat is zelfs een willekeurige “kunst nitwit” enthousiast te maken over diverse kunstvormen- en stromingen, is hij op het gebied van tekenen en schilderen “afgrijselijk” getalenteerd.  Daarnaast is hij ook nog eens aardig en intelligent. Toch had het samen met hem in één gezin opgroeien ook een nadeel,  in die zin dat ik zelf (net als de rest van de familie) verdienstelijk kon tekenen, dit ook graag deed maar er verder niks mee heb gedaan omdat de nabijheid van zo’n talent “verlammend” kan werken op diens omgeving.

Jan’s talent is nl. zó groot (waar hij zich overigens niet geheel bewust van is) dat het mijn bescheiden tekentalentje niet slechts “ondersneeuwde”, maar bedekte met een gigantische lawine. Hij zelf kan daar verder niks aan doen, maar zo werkt dat soms in psychologische zin. (Derhalve heb ik mij maar op een ander creatief proces, i.c. het schrijven toegelegd 😉 ).

Telkens als ik bepaalde werken van hem onder ogen krijg,  ben ik “flabbergasted” en heb de neiging de andere aanwezigen mee te sleuren naar zijn schilderijen en te zeggen: “Kijk nou toch hoe mooi…”.

Jan 8

“Kijk nou toch hoe mooi….” 

Hij zelf was in zijn jeugd  “flabbergasted” van de talenten van de oude Grieken, Romeinen en Egyptenaren en later van de  “oude meesters” zoals DaVinci, Michelangelo, Rembrandt, Dürer maar ook en vooral van de zogenaamde “Vlaamse primitieven” en met name van de uit 1400 stammende  renaissanceschilders Jan en Hubert van Eyck (wellicht omdat dezen in Maaseik (B) dat hemelsbreed zo’n 4000 meter van zijn/ons ouderlijk huis af ligt, geboren zijn).

 

Jan 21

Schilderij door Jan Bustin naar van Eyck (voorstellende: chagrijnige man op bezoek bij Madonna met kind)

Alhoewel hij zich tijdens zijn opleiding aan de Kunst academie (waar figuratief werk not done was/is) braaf conformeerde aan de hedendaagse stijl (d.w.z. moderne en abstracte kunst), bleef/blijft hij meer geïnteresseerd in het schilderen naar voorbeeld en in stijl van de oude meesters en hun figuratieve kunst.

jan 7

Detail van één van Jan’s werken…  

Daarbij is hij niet alleen geïnteresseerd in het artistieke aspect, maar ook in de toegepaste technieken en gebruikte materialen. Hij doceert dit dan ook (naast teken-en schilderles en les in kunstgeschiedenis) op inspirerende wijze.  Ik kan het weten want ik heb een aantal lezingen/lessen van hem bijgewoond. Daar ik geen “tabula rasa” (vrij vertaald: geen nitwit) ben op het gebied van kunstgeschiedenis, kreeg ik vóór de les de instructie dat op het moment dat hij de groep vragen zou stellen, ik niet teveel antwoorden mocht geven, maar ruime moest laten voor zijn andere studenten. Alleen als die het antwoord niet wisten en het stil bleef, dan mocht, nee móest ik ineens iets zeggen om de interactie op gang te brengen (Ja, Duhuhhh). Uit “wraak” (althans dat beweerde de docent) deelde ik dan grote snoepjes uit waardoor de andere studenten de mond vol hadden en geen antwoorden konden geven. 😉

Jan 3   Jan 2

Jan 9 Jan 12

n.b.:  De afgebeelde schilderijen zijn in werkelijkheid mooier: meer “vivid”van kleur  (de foto’s zijn wat wazig)

Lupus Familiaris…

blog lennaert 1

De Lupus Familiaris, beter bekend als: de hond…

Onlangs werd ik door de beheerder van een site voor eigenaars van honden (i.c. “de Drentse Patrijshond”) gevraagd om een “gastblog” te schrijven voor betreffende site. Klein probleempje: ik heb geen hond en ook geen verstand van honden.

En…  ik durf het bijna niet te zeggen, maar ik vind niet alle honden leuk…

Ik weet: een groot taboe en riskant om dit te uiten op een site voor hondenliefhebbers; maar het is niet anders. Net zoals het niet per definitie zo is dat álle kinderen schattig, álle bejaarden wijs en álle zielige mensen aardig zijn, zijn ook niet álle honden sympathiek.

Het is met dieren net zoals met mensen: sommigen zijn slim, anderen niet/ sommigen zijn welopgevoed, anderen niet/ sommigen zijn aardig, anderen niet. Je kunt dan ook niet in negatieve, maar ook niet in positieve zin generaliseren.

Uit ervaring weet ik dat het bij hondenbezitters (net zoals bij ouders) heel gevoelig ligt als je hun lieveling niet mag en het is in beide gevallen dan ook raadzaam dit niet te uiten. Zo heb ik ooit tijdens een eerste ontmoeting met de familie van een ex op sinterklaasavond met een enthousiaste glimlach op mijn gezicht pijn en ergernis moeten verbijten nadat het “schattige” oogappeltje van de familie (een verwend rotjochie die verkleed als de Sint wild met een staf rondzwaaide) tot 2 keer toe hard op mijn neus sloeg en ik vervolgens gewillig moest ondergaan dat de familiehond aan mijn nieuwe schoenen begon te knagen.

Voordat u nu denkt met een hondenhater van doen te hebben: dat beeld klopt absoluut niet. Ik hanteer het principe “Leven en laten leven” en respecteer zowel (mede)mensen als dieren. Maar die laatsten zie ik het liefst in hun eigen biotoop; ik houd niet van spinnen en insecten in huis, doch maak deze (indien mogelijk) niet dood maar vang hen en zet ze buiten. Ook red ik in de zomermaanden dagelijks diverse te water geraakte beestjes van de verdrinkingsdood.

Reddingsactie...
Reddingsactie…

Daarbij is het zo dat honden en ik elkaar stiekem best mogen. Ondanks het feit dat ik niet bij elke toevallig passerende hond enthousiast aan het aaien sla en ook niet toesta dat ze mijn gezicht aflebberen, hebben wij toch een soort respectvolle genegenheid voor elkaar. Sommige honden vind ik zelfs ronduit aardig, grappig en slim.

Ik weet het natuurlijk niet zeker maar ik denk dat de meeste honden mij ook wel aardig vinden, getuige het feit dat zij best goed naar mij luisteren en zij (ondanks het feit dat ik hun minst toegankelijke menselijke kennis ben) vriendelijk toenadering blijven zoeken.

Honden van familieleden en vrienden blijven dan ook ondanks mijn afstandelijkheid (en tot hilariteit van hun baasjes) als teken van vriendschap hardnekkig stenen, vieze balletjes, soepbotten en dode dieren (!) bij voorkeur voor/op mijn in open muiltjes gestoken voeten leggen waarbij ze blij, bemoedigend en vol vertrouwen naar mij opkijken…

Toe maar, je kunt het wel: gewoon het balletje oprapen en weggooien...
Toe maar, je kunt het wel: gewoon het balletje oprapen en weggooien…

Waarna ik dan soms (ondanks een lichte afkeer) eindeloos zo’n slijmerig, modderig balletje oppak en tot hun grote genoegen de tuin in werp.

Eindconclusie: het zit wel goed tussen mij en de honden… althans de aardige.